skip to content

Geschiedenis

Geschiedenis

De parochie in Nieuw-Vossemeer bestaat eigenlijk helemaal nog niet zo lang. Pas in 1795 vestigde de allereerste pastoor, Gerardus Mens, zich in ons dorp. Het dorp zelf bestaat natuurlijk al veel langer. Het werd in 1567 gesticht en het vormde bestuurlijk één geheel met Oud-Vossemeer. Nieuw-Vossemeer behoorde in die tijd nog tot de provincie Zeeland. Voor de katholieken in Nieuw-Vossemeer hield dit in dat men het bouwen van een eigen kerk in het dorp wel kon vergeten. Er bestond immers een verbod op de uitoefening van het katholieke geloof en dit verbod werd veel strenger nageleefd in Zeeland dan in Brabant. In Brabant werd de uitoefening van het geloof gedoogd en dus konden de Nieuw-Vossemeerse katholieken kerken in het Brabantse Lepelstraat. Onder invloed van de franse revolutie werd het verbod op uitoefening van het katholieke geloof versoepeld en zo kon Gerardus Mens zijn intrek nemen in het dorp.


Oude kerkDe eerste kerk van Nieuw-Vossemeer was een vertimmerde schuur. Deze deed dienst tot 1843, waarna een echt kerkgebouw in gebruik werd genomen. Deze kerk stond op het huidige kerkplein. Helaas is niet bekend hoe deze kerk er ongeveer heeft uitgezien.
Na het herstel van de kerkelijke Hiërarchie in 1853 werd het Bisdom Breda opgericht. De parochie van Nieuw-Vossemeer behoorde vanaf die tijd tot dit bisdom. Met het herstel van de hiërarchie brak een tijd aan van emancipatie van het achtergestelde katholieke volksdeel. Het triomfalisme vierde hoogtij. Overal in het land werden in de tweede helft van de 19e eeuw kolossale katholieke kerkgebouwen neergezet. Beroemd zijn de vele neogothische kerken ontworpen door de bekende architect P.J.H. Cuypers. Nieuw-Vossemeer kon en wilde niet achterblijven. In 1868 vroeg het kerkbestuur toestemming voor de oprichting van een ‘groots, ruim en rank bouwwerk’ achter de bestaande kerk. Na de toestemming van de gemeente werd er een bouwmeester voor de nieuwe kerk gevonden in de persoon van C. van Genk. Deze ontwierp naar het voorbeeld van zijn tijdgenoot en geestverwant Cuypers een neogotische kerk voor de parochianen van Nieuw-Vossemeer. Het kerkbestuur financierde de bouw via de uitgifte van obligaties.

Met de bouw van de nieuwe kerk werd in 1873 begonnen. In 1876 werd de kerk door Bisschop van Beek gewijd tijdens een groots opgezette plechtigheid. De net voltooide kerk moet werkelijk prachtig zijn geweest. Een blauw plafond met gouden sterren, de wanden waren betegeld en de pilaren en kapitelen geschilderd. Het moet allemaal zeer kleurrijk zijn geweest. De foto rechts is weliswaar van slechte kwaliteit, maar toch geeft de foto een indruk van het interieur van de kerk. Duidelijk zichtbaar is de kap van de preekstoel in neogotische stijl. De pilaren en het plafond zijn mooi afgewerkt en daar waar nu het altaar staat stond in die tijd een mariabeeld.


oudIn 1923 werd de kerk uitgebreid. Het priesterkoor werd naar achteren geplaatst en links en rechts van het altaar werden stukken aan de kerk gebouwd waar zitplaatsen gemaakt werden. Bij deze verbouwing ontstonden ook de ruimten die nu dienen als sacristie en dagkapel. Het geloof maakte in deze tijd deel uit van het dagelijks leven van vrijwel alle mensen in Nieuw-Vossemeer. In het boekje dat verscheen bij het 100-jarig bestaan van de kerk typeert Pastoor Van Disseldorp deze tijd erg mooi: “Een tijd van geweldige bezieling, sterk gericht op de hemel, zich lavend aan gebed, devoties en sacramenten.”

 

 

 


watersnoodIn 1953 werd Nieuw-Vossemeer ontzettend zwaar getroffen door de watersnoodramp. Ook de kerk ontsnapt bepaald niet. Het zoute water liet een flinke laag modder achter en beschadigde het interieur van de kerk. Herstelwerkzaamheden waren noodzakelijk, maar daar bleef het niet bij. In 1954 ging pastoor Goosen met emeritaat en hij werd opgevolgd door pastoor Cammaert. Hij vestigde zich in het huis op de hoek van de Schoolstraat, Kloosterstraat. In 1957 overleed pastoor Goosen.
Pastoor Cammaert had hele andere opvattingen over hoe het interieur van een kerk er behoort uit te zien. Hij gaf dan ook de opdracht voor de ingrijpende wijzigingen van het interieur die nog steeds zichtbaar zijn in de kerk. De kerkbanken moesten worden vervangen en door de breedte van de nieuwe banken verdween het middenpad. Beelden, betaald door voorvaderen van parochianen, verdwenen niet naar een zolderkamer maar werden gedumpt in de ‘put van Van Gaans’. Het blauwe plafond met de gouden sterren verdween achter een paar lagen kalk. De pilaren werden niet meer geschilderd en de preekstoel verloor zijn Neogotisch uiterlijk. Door deze maatregelen werd de kerk in Nieuw-Vossemeer een van de eerste die getroffen werd door de zogenaamde ‘Tweede Beeldenstorm’. Hierbij behoorde ook het slopen van de communiebanken en het hoogaltaar. Vier beelden, vroeger deel uit makend van het hoogaltaar hangen nu onder de gebrandschilderde ramen voor in de kerk, naast het grote kruis.


Pastoor Cammaert ging in 1970 met emeritaat, waarna hij vertrok naar een bejaardencentrum in Aardenburg. De nieuwe pastoor, pastoor Van Disseldorp, herdacht in 1973 op plechtige wijze het 100-jarig bestaan van de kerk. Een jaar na het jubileum overleed pastoor Van Disseldorp en werd Pater B. van Schaik de nieuwe pastoor. Pater Van Schaik is in juli 2005 met emeritaat gegaan, maar hij is nog steeds woonachtig in de pastorie naast de kerk. De nieuwe pastoor Van Geel is niet alleen verantwoordelijk voor de parochie in Nieuw-Vossemeer maar voor de gehele regio Steenbergen.  De heer van Geel is in 2018 opgevolgt door Pastoor de Kort, Gelukkig kan hij zich verzekerd weten van de diensten van Pater Van Schaik en Pastoraalwerker Hein Paulissen.


Up